juni 2016

Ds. Walter Meijles, lid van de studiedagcommissie, predikant in de Protestantse Gemeente Colmschate-Schalkhaar.

Genoegen scheppen in een zelfgemaakt paadje

Onder Arnhem liggen de Rijkerwoerdse Plassen: een recreatieplas en een natuurplas. Daar loop ik altijd langs mijn hond uit te laten. In de winter op het gras, nu erlangs, want met een beetje zon ligt het vol met badgasten. Langs de plas strekt een grasstrook zich uit, omzoomd met een haag met enkele toegangen. Juist bij het leuke heuveltje ontbreekt een doorgang. Vorige winter heb ik op de plek waar de struiken wat weken de takken afgebroken, zodat er een paadje ontstond. Dat is wel bijhouden in het voorjaar, want het groeit zo weer dicht. Vermakelijk om dan te zien hoe het werkt en mensen mijn doorgangetje benutten, om niet om te hoeven lopen.

Vandaag liep ik er weer langs en het begint weer dicht te groeien. Tijd voor weer wat subtiel breekwerk van de jonge scheuten. Maar ik heb het niet gedaan. De zin sprak ik bijna hardop uit, zo duidelijk kwam het op: ik doe dit niet meer. Want ik ga deze plaats verlaten en onthecht mezelf van heg en deze plek. Zo gaat dat met verhuizen.

Ik ga straks verkassen van gemeente en doe daarna van alles niet meer in mijn huidige gemeente. Tijd van overdragen, loslaten en overgeven. Dat roept vragen op over wat ik hier wilde brengen en wat er gelukt is. Over wat ik voor me zag en wat er tot stand is gekomen. En of bewaard blijft wat mooi en nuttig is.
Met dit soort vragen betreden we het levensgevoel van menig kerkgemeenschap. Mensen die al tientallen jaren zich ingezet hebben voor hun kerk. De eigen agenda lieten wijken voor dat van wat de kerk van ze nodig had. Hun verlangens en verzet hebben ingebracht in alles wat er speelde. Bij wijze van spreken: paadjes geschapen omdat men er het nut van in zag en die onderhouden zodat anderen er gebruik van konden maken.

En dan is daar het moment dat je ermee stopt. Ik zie nogal wat 50 plussers die de organisatie draaiende houden, maar geen aanwas zien komen die met name de ambten gaan overnemen. Dat betekent dat een oud paadje zomaar kan gaan dichtgroeien en onbegaanbaar wordt. Of groter gemaakt: dat die heg niet meer gesnoeid wordt en gaat woekeren. Zoals we gemeentelijk groen aanschouwen in landen als Oekraïne bijvoorbeeld, waar wij een uitwisseling mee hebben. 
Want in het geval van mijn voorbeeld is er weinig aan de hand, men hoeft alleen vijftig meter om te lopen. Maar een woekerende heg gaat die andere doorgangen zelfs onbegaanbaar maken. Een lamgelegde kerkenraad vanwege het gebrek aan mensen gaat problemen geven bij het open houden van alles wat er plaatsvindt.

Hoe dan mensen te vinden die de heg gaan bijhouden, routinematig werk als het is, zoals een kerkbestuur routinematig haar werk moet doen?
Ik ga niemand vragen mijn paadje open te houden. Ik koester een hoop dat dit vanzelf gaat gebeuren. Want er is iets krachtigers dan een structuurtje bedenken voor het bijhouden van de heg. En dat is het verlangen van mensen om bij het water te komen, te zonnen en te zwemmen. In Oekraïne deden ze dat namelijk ook, of het nu netjes was of niet.

Het zou zomaar waar kunnen zijn dat we makkelijker ambtsdragers vinden door het verlangen naar het water te wekken, dan met ingedikte en op maat gemaakte afspraken over hoe en hoe lang vrijwilliger te zijn. Je eigen kerkleven als een recreatieplas: uitnodigend, fris groen, zwemwater en horeca erbij. Ze komen vanzelf. Hier in Arnhem-Zuid begon het met een zandafgraving voor wijken die gebouwd werden, jaren geleden. Wat zou in je eigen gemeente mensen als vanzelf laten komen? Hoe is het ooit begonnen?

Pas als ik iets loslaat kan een ander het oppakken. Pas als het verlangen gedeeld is dat iets er moet zijn, komt een ander als vanzelf in beweging om het op zijn of haar eigen manier in te vullen. Het lijkt waarachtig God en zijn scheppingswijze wel.

Ds. Walter Meijles

Delen: