november 2015

René van der Rijst is predikant van de Protestantse Gemeente te Haarlem-Noord en Spaarndam en voorzitter van Op Goed Gerucht

Kerk naar 2025

René van der Rijst

Nu de synode gesproken heeft – de classes maken plaats voor regio’s met een ‘bisschop’, (die nog niet zo mag heten, maar wie weet een betere naam?), de gewone visitatie verdwijnt (gelukkig, de visitaties die ik heb meegemaakt waren een bezoeking, dan toch liever die op Schiphol), we worden minder een bestuurderskerk, er komt, hopelijk, meer ruimte voor het waaien van de Geest, ook predikanten moeten eerder uitwaaien, een meer pluriforme kerk – nu de synode gesproken heeft, is er tijd voor wat afstand. Hoe zal de PKN er in 2025 uitzien?

Zal er dan opnieuw gereorganiseerd moeten worden? Met een mooie regel uit een liedje van Herman van Veen, we reorganiseren net zo lang tot deze zaak een zaakje wordt. Of zullen er dan her en der allerlei bloemen bloeien, misschien niet groots en uitbundig, maar dan toch opvallend en aantrekkelijk genoeg. Heilige bloemen – chrysanten en sint jacobskruid, Rozen en lelies, een enkele judaspenning.

Gek genoeg is die vraag nooit gesteld in het hele proces. Nooit is gevraagd naar de kerk van onze dromen. Het moest back to basics in plaats van back to the future. Als om dan toch nog iets van christendommelijkheid te kunnen redden. Alsof het proces dan toch vooral gedragen werd door een nostalgisch verlangen naar hoe het was. Alsof het Koninkrijk achter ons ligt, als een tuin waaruit we verdreven zijn.

De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen, dat ik mee heb gedacht met dit proces, ik ben synodelid, ook vanuit Op Goed Gerucht waren we erbij betrokken. En ook ik vraag me dit nu pas af.

Er is ook een andere beweging zichtbaar in de PKN, die van het pionieren, de schep in de grond, nieuwe bloemen zaaien. Een beweging die, zoals Berthe van Soest in Geruchten betoogd heeft, wel eens een vorm van verraad zou kunnen zijn. ‘God’ verlaten om ‘God’ te vinden. Is niet de verloren zoon meer beeld van Christus dan de brave zoon die thuis bleef?

Zou het zo kunnen zijn, dat de kerk meer kerk wordt, naarmate zij minder kerk wordt? Zou de secularisatie een vorm van transsubstantiatie kunnen zijn?

En hoe is het met ons, Geruchters, in 2025? Onze founding fathers en mothers lopen dan tegen hun pensioen, of zijn daar al overheen. Zijn we zelf dan ook doorgegaan met seculariseren?

Ik merk, na twee dagen synode, verstopt in de bossen van Lunteren, in een zaal zonder ramen naar buiten, dat ik blij ben weer ‘in de wereld’ te zijn. Als er iets een Chinees schouwspel is, dan is het de synode wel. Men mag er graag spreken over ‘een woord voor de wereld’ en de kerk die haaks op de wereld staat, maar ik hoor weinig woorden waar de wereld van op zou kunnen kijken, en ik voel me eigenlijk wel thuis in die wereld. Meer dan in zo’n door en door kerkelijke omgeving (het bargedeelte op donderdagavond maakt overigens wel het een en ander goed).

Veel vragen, ik geef het toe, en nog weinig antwoorden. Ik voel me soms een soort Prediker, over wie ik ergens het volgende las: ‘Voor Prediker dekken de gebruikelijke woorden de realiteit van zijn denken en ervaren niet meer. Hij voorvoelt het andere, hij doorziet de leegheid van zijn eigen taal en woordgebruik, maar hij heeft nog geen nieuwe taal om de heilige waarden van de traditie over te dragen in de nieuwe tijd die aanbreekt.’

Binnenkort verschijnt er een boek van mensen uit onze kring over ‘Liberale theologie’. Wie weet kan ik daarin zo’n nieuwe taal vinden.

Delen: