mei 2015

Anette Sprotte is predikante in de oecumenische geloofsgemeenschap ‘Het Brandpunt’ in Amersfoort en lid van de studiedagcommissie

Geen toekomst zonder herinneringen

Anette Sprotte

Terwijl we vandaag in Nederland onze doden herdenken en onze vrijheid vieren, ben ik net terug van een week fietsen langs de Oostzee in de voormalige DDR. De route is prachtig langs de uitgestrekte landschappen met aan de ene kant de kabbelende zilvergrijze zee en aan de andere kant gele velden vol bloeiend koolzaad. Het is tevens een route in het spoor van het verleden van mijn vader. Hij is geboren (1927) en opgegroeid als zoon van een molenaar in een dorp in Pommeren, het huidige Polen. Toen hij 17 jaar oud was, wilde hij graag naar Berlijn om aan de Technische Hogeschool te studeren maar daar is niets van terecht gekomen. Hij werd zoals vele Duitse jongens in 1944 klaargestoomd om als soldaat naar het Oostfront gestuurd te worden. Het was toen al duidelijk dat het een verloren zaak was. Mijn vader had mazzel dat  de officier van zijn eenheid het ook zo zag. Hij wilde deze jongens niet laten opofferen en trok met hen in plaats van naar het oostfront richting het eiland Usedom. Mijn vader heeft mij van jongs af aan duidelijk gemaakt dat 8 mei, de dag waarop Duistland het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenkt,  een dag van bevrijding was. Ook betekende  het voor hem en zijn familie het verlies van hun ‘Heimat’, zoals voor zeker 12 miljoenen mensen die  na de tweede wereldoorlog op de vlucht sloegen.

Vandaag lees in Trouw een stuk van Ilse Raaijmakers over de vraag of haar opa en andere Duitse slachtoffers ook mogen worden herdacht. Het ligt gevoelig in Nederland. Het National Comité 4/5 mei heeft met het oog op de toekomst opnieuw besloten dat we de slachtoffers gedenken en niet de daders. Terecht merkt Raaijmakers op dat dit onderscheid niet helder gemaakt kan worden. Ze pleit voor een herdenking van alle leed maar wel in een bepaalde rangorde. Daarin verwijst ze naar een toespraak van de voormalige bondspresident Richard von Weizäcker die op 8 mei 1985 zei dat ‘verzoening niet kan bestaan zonder herinnering’. Hij besteedde tijdens zijn toespraak aandacht aan alle soorten leed door Duisters aangedaan en ondergaan. Weizäcker begon als eerste de 6 miljoen joden te herdenken. Vervolgens alle volkeren die onder de oorlog hebben geleden (vooral de Russen en de Polen)  en als laatste de omgekomen Duisters en Duitsers die onder de oorlog hebben geleden. Vanavond zal ik in de lijn van dit artikel van Raaijmakers die ervoor pleit om Weizäckers toespraak als voorbeeld van herdenken te gebruiken, twee minuten stilte in acht nemen.

Met het oog op de toekomst en Bevrijdingsdag wijs ik graag op het interview van Colet van der Ven met de Belgische schrijver David van Reybrouck in Ikon huis van 3 mei 2015. Daarin vertelt hij dat de afgelopen eeuw in het teken stond van vrijheid en bevrijding uit politieke dictaturen en systemen die het individu gevangenhielden. Volgens van Reybrouck hebben we veel aan het ideaal van de vrijheid gewerkt maar hij mist het werken aan het ideaal van broeder- en zusterschap. Hij vindt dit de warmste waarde van de Franse revolutie en hij bespeurt bij zichzelf een groeiende behoefte aan mededogen en empathie. Als leidraad noemt hij het boek Compassie van Karen Armstrong uit 2011. Zelf heb ik dit boek met een aantal mensen uit mijn gemeente dit voorjaar opnieuw gelezen. Geen gemakkelijke opdracht om met en vanuit compassie te leven. Het vraagt om moed, kwetsbaarheid en keuzes zoals Karen Armstrong het zelf verwoordt:  “We hebben een natuurlijk vermogen voor zowel compassie als wreedheid. We kunnen de nadruk leggen op die aspecten in onze tradities – religieus of seculier – die spreken van haat, uitsluiting en achterdocht, óf we kunnen de aspecten ontwikkelen die de nadruk leggen op de onderlinge afhankelijkheid en de gelijkheid van alle mensen. De keus is aan ons” (p. 30).  

Delen: