april 2015

René van der Rijst is predikant van de Protestantse Gemeente te Haarlem-Noord en Spaarndam en lid van de studiedagcommissie

Wil de ware Jezus opstaan?

René van der Rijst

Het was een oude steen die Van der Kaaij in de kerkelijke vijver gooide. Of het Evangelie al dan niet als mythe gelezen moet worden, is al minstens sinds de 19e eeuw een punt van discussie. Toen ook al waren er theologen die meenden dat Jezus een creatie van Paulus was. Even goed bracht die oude steen ook dit keer weer een stevige schok te weeg, uiteindelijk ook bij Van der Kaaij zelf. Hij is voorlopig geschorst.

Volgens onze scriba Arjan Plaisier hing Jezus aan een echt kruis en droeg hij onze echte zonden - waarmee Plaisier in elk geval de redeneertrant van Van der Kaaij overneemt. Waar Van der Kaaij uit het mythische karakter van Evangelieteksten de conclusie trekt, dat Jezus niet heeft bestaan, daar concludeert Plaisier uit het historische karakter van het Evangelie, dat Jezus ook echt onze zonden droeg. Met andere woorden: de eerste concludeert uit de vele verhalen die er over hem in omloop zijn, dat Sinterklaas nooit heeft bestaan, de laatste trekt uit het historische bestaan van Sinterklaas de conclusie dat hij zelf pakjes rondbrengt. Beide schakelen van het ene register naar het andere, zonder te zien, blijkbaar, dat er geen verband is tussen die registers.

Ook Gijsbert v.d Brink leverde een interessante bijdrage. In De Waarheidsvriend hamerde hij nogal op historische bewijzen voor het bestaan van Jezus. Een argument dat als een boemerang op hem terug dreigt te slaan. Want als wetenschap gaat bepalen wat we mogen / moeten geloven, dan vrees ik de nodige tuchtmaatregelen tegen predikanten die tegen de historische waarschijnlijkheid in uitgaan van het bestaan van Adam en Eva.

Maar belangrijker nog: het zegt niets. De opstanding, bijvoorbeeld, gereduceerd tot feit is even onverschillig als de opstanding gereduceerd tot mythe. Het haalt de angel eruit, die behoort tot het wonder: dat het onverklaarbaar en onmogelijk is. Beide verklaringen doen me denken aan een opmerking van Kierkegaard, die ergens schrijft over een dominee die weer tevreden zijn pijpje kan roken, omdat hij een goede en ontroerende uitleg heeft gevonden voor een tekst - een tekst die volgens Kierkegaard een paradox en onnavolgbaar had moeten blijven. Een wonder kortom. (Voor een diepzinnige rehabilitatie van het wonder: Hent de Vries, Kleine filosofie van het wonder.)

Het blijft een lastige combinatie, geloven en weten. Als we alleen maar geloven, wat we weten, blijft er niet veel over. Maar zonder weten - reflectie, kritische rationaliteit - kunnen de meest bizarre of gevaarlijke dingen geloofd worden: Ufo's, een internationale Joodse samenzwering, noem maar op. Beide zullen elkaar op de een of andere manier in een, altijd wankel evenwicht moeten houden, zonder dat de een heerst over de ander. En als ik dan toch moet kiezen, dan kies ik, geloof ik, het liefst voor het ongelooflijke.

Ik ga straks weer Pasen vieren. Of ik het geloof, dat weet ik niet. Maar ieder jaar opnieuw heeft het me wel iets te zeggen - en vaak weer iets anders.

Delen: