Blog

juni 2016

Ds. Walter Meijles, lid van de studiedagcommissie, predikant in de Protestantse Gemeente Colmschate-Schalkhaar.

Genoegen scheppen in een zelfgemaakt paadje

Onder Arnhem liggen de Rijkerwoerdse Plassen: een recreatieplas en een natuurplas. Daar loop ik altijd langs mijn hond uit te laten. In de winter op het gras, nu erlangs, want met een beetje zon ligt het vol met badgasten. Langs de plas strekt een grasstrook zich uit, omzoomd met een haag met enkele toegangen. Juist bij het leuke heuveltje ontbreekt een doorgang. Vorige winter heb ik op de plek waar de struiken wat weken de takken afgebroken, zodat er een paadje ontstond. Dat is wel bijhouden in het voorjaar, want het groeit zo weer dicht. Vermakelijk om dan te zien hoe het werkt en mensen mijn doorgangetje benutten, om niet om te hoeven lopen.

Vandaag liep ik er weer langs en het begint weer dicht te groeien. Tijd voor weer wat subtiel breekwerk van de jonge scheuten. Maar ik heb het niet gedaan. De zin sprak ik bijna hardop uit, zo duidelijk kwam het op: ik doe dit niet meer. Want ik ga deze plaats verlaten en onthecht mezelf van heg en deze plek. Zo gaat dat met verhuizen.

Ik ga straks verkassen van gemeente en doe daarna van alles niet meer in mijn huidige gemeente. Tijd van overdragen, loslaten en overgeven. Dat roept vragen op over wat ik hier wilde brengen en wat er gelukt is. Over wat ik voor me zag en wat er tot stand is gekomen. En of bewaard blijft wat mooi en nuttig is.
Met dit soort vragen betreden we het levensgevoel van menig kerkgemeenschap. Mensen die al tientallen jaren zich ingezet hebben voor hun kerk. De eigen agenda lieten wijken voor dat van wat de kerk van ze nodig had. Hun verlangens en verzet hebben ingebracht in alles wat er speelde. Bij wijze van spreken: paadjes geschapen omdat men er het nut van in zag en die onderhouden zodat anderen er gebruik van konden maken.

En dan is daar het moment dat je ermee stopt. Ik zie nogal wat 50 plussers die de organisatie draaiende houden, maar geen aanwas zien komen die met name de ambten gaan overnemen. Dat betekent dat een oud paadje zomaar kan gaan dichtgroeien en onbegaanbaar wordt. Of groter gemaakt: dat die heg niet meer gesnoeid wordt en gaat woekeren. Zoals we gemeentelijk groen aanschouwen in landen als Oekraïne bijvoorbeeld, waar wij een uitwisseling mee hebben. 
Want in het geval van mijn voorbeeld is er weinig aan de hand, men hoeft alleen vijftig meter om te lopen. Maar een woekerende heg gaat die andere doorgangen zelfs onbegaanbaar maken. Een lamgelegde kerkenraad vanwege het gebrek aan mensen gaat problemen geven bij het open houden van alles wat er plaatsvindt.

Hoe dan mensen te vinden die de heg gaan bijhouden, routinematig werk als het is, zoals een kerkbestuur routinematig haar werk moet doen?
Ik ga niemand vragen mijn paadje open te houden. Ik koester een hoop dat dit vanzelf gaat gebeuren. Want er is iets krachtigers dan een structuurtje bedenken voor het bijhouden van de heg. En dat is het verlangen van mensen om bij het water te komen, te zonnen en te zwemmen. In Oekraïne deden ze dat namelijk ook, of het nu netjes was of niet.

Het zou zomaar waar kunnen zijn dat we makkelijker ambtsdragers vinden door het verlangen naar het water te wekken, dan met ingedikte en op maat gemaakte afspraken over hoe en hoe lang vrijwilliger te zijn. Je eigen kerkleven als een recreatieplas: uitnodigend, fris groen, zwemwater en horeca erbij. Ze komen vanzelf. Hier in Arnhem-Zuid begon het met een zandafgraving voor wijken die gebouwd werden, jaren geleden. Wat zou in je eigen gemeente mensen als vanzelf laten komen? Hoe is het ooit begonnen?

Pas als ik iets loslaat kan een ander het oppakken. Pas als het verlangen gedeeld is dat iets er moet zijn, komt een ander als vanzelf in beweging om het op zijn of haar eigen manier in te vullen. Het lijkt waarachtig God en zijn scheppingswijze wel.

Ds. Walter Meijles

Delen:

mei 2016

Henri Frölich, secretaris van Op Goed Gerucht en predikant voor de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in Noord-Holland

De kale berg

Als predikant leef je van woorden. Woorden die lang geleden zijn opgeschreven vormen nog steeds de inspiratiebron om over na te denken. Om boeken over te lezen, om te interpreteren en om te proberen er zondags in een dienst iets zinnigs over te zeggen. Maar die woorden blijven maar dode letters als ze niet gaan leven. Het doel van al die woorden, van dat gestudeer, al die teksten, al dat gemijmer is toch dat het op een of andere manier ook iets uitwerkt in je dagelijkse leven?  Je probeert mensen iets mee te geven, te troosten, op te beuren, aan te sporen, op weg te helpen, bij te staan. Maar dat alles dus meestal via woorden. Soms komt er iets op je pad dat meer vereist dan woorden. Vorig jaar november benaderde een goede vriend mij om te vragen of ik mee wilde doen met zijn project.   Hij coördineerde een team dat meedeed aan het grootste eendaagse sportevenement op de flanken van de Mont Ventoux. Dit jaar voor de 6e keer georganiseerd door Klimmen tegen MS. Het ging dus om een sportieve prestatie voor een goed doel. Aangezien ik een groot sportliefhebber ben en ondanks alle dopingschandalen nog steeds de grote wielerrondes volg, was mijn enthousiasme meteen gewekt. Deze keer werden er geen woorden van mij verwacht maar juist een sportieve prestatie. En met het aloude adagium mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam, in het achterhoofd ging ik vol goede moed aan de slag. Want er kwam natuurlijk heel wat bij kijken. Eerst het materiaal, een goede racefiets is natuurlijk onontbeerlijk. Dus een flinke investering was onvermijdelijk. Fietsen is iets voor de lange termijn en dit goede doel is de opstap naar een meer gezond en sportief leven, zo hield ik mezelf voor! Dat dat wel nodig was, werd pijnlijk duidelijk na de verplichte medische keuring. Gewicht: te zwaar, BMI: te hoog, cholesterol: aan de hoge kant, bloeddruk: niet optimaal. Was er dan nog wel iets binnen de juiste waarden? Gelukkig wel: het hart klopte zoals het hoort en daar ging het uiteindelijk om bij de keuring. Maar genoeg werk aan de winkel dus, wil ik nog een beetje fatsoenlijk die berg op komen. Met mijn nieuwe lichte fiets zal het niet liggen aan het materiaal. De menselijke factor is dus doorslaggevend en in dit geval heb ik het helemaal zelf in de hand. Nou ja als je alle boeken over voedsel en het obesitasprobleem mag geloven ligt het vooral aan onze dik makende omgeving dat het zo moeilijk is om af te vallen. Desondanks ben ik de afgelopen maanden met vallen en opstaan enkele kilo’s verloren en dat is natuurlijk mooi meegenomen op weg naar de Mont Ventoux. Die kilo’s hoef ik alvast niet mee te sjorren de berg op. Het trainen gaat goed, je merkt dat als je regelmatig fietst de conditie snel verbeterd. Toch blijft wielrennen wel een gevaarlijke sport zo ondervond ik kort geleden nog toen ik iets te enthousiast een bochtje wilde draaien en mijn evenwicht verloor. Omdat je dan vastzit met je schoenen aan de trappers lukte het me niet om snel mijn voet op de grond te zetten en daar lag ik met fiets en al. Knie geschaafd, elleboog geraakt en ik vond mezelf even heel zielig. Gelukkig niets gebroken en gewoon weer op de fiets. Wat een bikkels zijn die wielrenners toch in de Giro, Tour de France en andere koersen, dacht ik wel bij mezelf.

Terug naar het goede doel. Voor mij een mooie uitdaging om van al de te spreken woorden nu eens echt de handen uit de mouwen te steken en in dit geval de benen te laten spreken. Natuurlijk kun je cynisch doen over dergelijke initiatieven, helpt het wel echt, blijft er geen geld aan de strijkstok hangen, waarom dit doel en geen ander doel. Zijn er geen andere mensen die nog harder onze steun nodig hebben? Tuurlijk mag je kritisch zijn maar ik laat me niet leiden door dergelijke vragen. Ieder moet zijn of haar afweging maken waar je je wel of niet voor wilt inzetten. Ik heb een groot respect voor alle vrijwilligers die aan de slag gaan met zulke grote projecten, vaak met een persoonlijk verhaal over dierbaren die aan de rotziekte MS lijden en die zo graag wat voor hen zouden willen doen.  Er zijn ruim 17.000 Nederlanders die dagelijks de gevolgen van MS ondervinden, een chronische zenuwziekte met een onzeker en grillig verloop. MS heeft de twijfelachtige eer om de grootste kans te geven om (op jonge leeftijd) in een rolstoel te belanden. Te lang heeft deze ziekte onvoldoende aandacht gekregen, een oplossing voor deze ziekte is er daarom nog niet. Veel geld, voor o.a. onderzoek, is nodig om het einddoel te bereiken: een MS-vrije wereld.

Om dit einddoel te bereiken is er geen ander alternatief dan in beweging te komen.

Daarom wil ik graag een bijdrage leveren op 11 juni door samen met honderden anderen de Mont Ventoux, de kale berg, te beklimmen in de strijd tegen deze ziekte. Voor mij betekent het in ieder geval dat ik naast het sportieve gedeelte ook eens anders dan alleen met woorden een kleine bijdrage kan leveren aan een iets betere wereld. Een ideaal waar we toch, juist ook binnen de christelijke traditie, altijd van blijven dromen. En meedoen is voor mij in dit geval een heel klein stapje van dromen naar doen!

Ds. Henri Frölich

Voor meer informatie en voor uw eventuele donatie kunt u terecht op:

 http://deelnemers.klimmentegenms.nl/projects/team-grunn-tegen-ms

Delen:

maart 2016

Wilco van Wakeren is PKN-predikant met bijzondere opdracht en bestuurslid van Op Goed Gerucht

Jezelf de rug toekeren?

Terugdenkend aan de lezing van Anne Marijke Spijkerboer tijdens de laatste OGG-dag op 29 januari jl in Amersfoort, lichten er twee beelden in mij op.

Mijn diepste beeld, een crucifix, die ik heb overgehouden aan twee kind-verblijven in bleekneusjeshuizen ergens aan de zee. In de donkere nachten op de grote slaapzaal, waar “hij” zo om de minuut werd beschenen door plaatselijke vuurtoren. Hing “hij” daar zomaar eenzaam en verlaten aan de wand, iedere nacht weer. Dit beeld is nooit meer weggegaan en komt, in mijn religieuze-biografie, in verschillende vormen en verschijningen steeds weer aan mij terug. Dat spoel je met geen zee meer weg.

Het tweede beeld waar ik aan dacht, en kort wil beschouwen, is een bekend schilderij uit 1937 van René Magritte, waarin een man in een spiegel kijkt en zijn achterkant ziet, terwijl verder alles gespiegeld is. Te zien in Boijmans en van Beuningen!      

Mijn eerste reactie is: dit kan niet, want als je in de spiegel kijkt dan zie je de voorkant van je gezicht en niet je achterhoofd. Verrassing, verwarring en bewondering.

Hij kijkt naar zichzelf en ziet zijn eigen achterkant. De "verwarring, omdat het niet kan", hou ik uit en ik vraag me af wat het betekent. Ik deel in zijn onmacht. Kun je jezelf nog aankijken in de spiegel? En wat zie je dan? Wie ontmoet je dan werkelijk?

Misschien heeft deze man zichzelf de rug heeft toekeert. Of hij kan en wil zichzelf niet onder ogen komen. Wat gebeurt er dan met je als mens? Of wat ís er gebeurd met jou als mens!                                                                                                  

Herkenbaar is wel het gevoel als de ander mij zijn of haar rug toekeert, terwijl ik de bedoeling heb om deze mens aan te kijken, dan werkt dat heel vervreemdend. Ik zou mij miskend of afgewezen kunnen gaan voelen. Niet gekend en ont-kend. Men ziet mij dan niet staan.                                                                                                        

Maar wat gebeurt er als je jezelf de rug toekeert? Je ziet dan alleen nog je harde kant. De zachte voorkant met alle openingen, met ogen die "spiegels van de ziel" zijn, die zie ik niet meer. Ik ben dan het contact kwijtgeraakt met mijn kwetsbare kant waarmee ik met de buitenwereld communiceerde, met mijn openheid van ogen, oren, neus en mond en in plaats daarvan is er alleen nog maar geslotenheid en weerstand. De achterkant van mezelf.

Emmanuel Levinas schreef een boek met als titel "Het menselijk gelaat". De essentie van zijn boodschap in dat boek is dat wie de ander in het gelaat aanziet, de ander  ook werkelijk kan ontmoeten.

Hoe is het als je jezelf de rug toekeert? Kan dat? Kun je van jezelf vervreemden? Kun je je eigen zachte kant ontkennen? Dit roept de vraag op: wanneer keek je voor het laatst echt naar jezelf? Om met verwondering te bestuderen welk verhaal dat gezicht in de spiegel te vertellen heeft. En als je dat deed heb je dat beeldverhaal dan ook toegelaten?                                                                                                      

We kunnen ook, als predikanten en zielzorgers, als een ambtelijk tegenover, de andere mens de ander als gemeenschap, misschien wel in een preek, een spiegel, voorhouden. Bedenk hierbij wel: een spiegel zijn is ook beeldkunst, want voor je het weet ben je een lachspiegel aan het worden.

Ruimte voor (be)spiegelen en herscheppen geeft ook ruimte voor onzekerheid en zwakte, voor verborgen angst en lang vergeten tranen.                                             

Maar, om niet al te triest te eindigen: een rug kan ook mooi zijn en sterk, recht en fier. De kracht van een rechte rug is nodig om de zachte voorkant te laten bestaan. Het een kan niet zonder het ander.

Hoe komt het toch dat er zoveel rugklachten zijn? Zou de oorzaak kunnen liggen in de non-communicatie met de Ander (e kant).

 

Delen:

november 2015

René van der Rijst is predikant van de Protestantse Gemeente te Haarlem-Noord en Spaarndam en voorzitter van Op Goed Gerucht

Kerk naar 2025

René van der Rijst

Nu de synode gesproken heeft – de classes maken plaats voor regio’s met een ‘bisschop’, (die nog niet zo mag heten, maar wie weet een betere naam?), de gewone visitatie verdwijnt (gelukkig, de visitaties die ik heb meegemaakt waren een bezoeking, dan toch liever die op Schiphol), we worden minder een bestuurderskerk, er komt, hopelijk, meer ruimte voor het waaien van de Geest, ook predikanten moeten eerder uitwaaien, een meer pluriforme kerk – nu de synode gesproken heeft, is er tijd voor wat afstand. Hoe zal de PKN er in 2025 uitzien?

Zal er dan opnieuw gereorganiseerd moeten worden? Met een mooie regel uit een liedje van Herman van Veen, we reorganiseren net zo lang tot deze zaak een zaakje wordt. Of zullen er dan her en der allerlei bloemen bloeien, misschien niet groots en uitbundig, maar dan toch opvallend en aantrekkelijk genoeg. Heilige bloemen – chrysanten en sint jacobskruid, Rozen en lelies, een enkele judaspenning.

Gek genoeg is die vraag nooit gesteld in het hele proces. Nooit is gevraagd naar de kerk van onze dromen. Het moest back to basics in plaats van back to the future. Als om dan toch nog iets van christendommelijkheid te kunnen redden. Alsof het proces dan toch vooral gedragen werd door een nostalgisch verlangen naar hoe het was. Alsof het Koninkrijk achter ons ligt, als een tuin waaruit we verdreven zijn.

De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen, dat ik mee heb gedacht met dit proces, ik ben synodelid, ook vanuit Op Goed Gerucht waren we erbij betrokken. En ook ik vraag me dit nu pas af.

Er is ook een andere beweging zichtbaar in de PKN, die van het pionieren, de schep in de grond, nieuwe bloemen zaaien. Een beweging die, zoals Berthe van Soest in Geruchten betoogd heeft, wel eens een vorm van verraad zou kunnen zijn. ‘God’ verlaten om ‘God’ te vinden. Is niet de verloren zoon meer beeld van Christus dan de brave zoon die thuis bleef?

Zou het zo kunnen zijn, dat de kerk meer kerk wordt, naarmate zij minder kerk wordt? Zou de secularisatie een vorm van transsubstantiatie kunnen zijn?

En hoe is het met ons, Geruchters, in 2025? Onze founding fathers en mothers lopen dan tegen hun pensioen, of zijn daar al overheen. Zijn we zelf dan ook doorgegaan met seculariseren?

Ik merk, na twee dagen synode, verstopt in de bossen van Lunteren, in een zaal zonder ramen naar buiten, dat ik blij ben weer ‘in de wereld’ te zijn. Als er iets een Chinees schouwspel is, dan is het de synode wel. Men mag er graag spreken over ‘een woord voor de wereld’ en de kerk die haaks op de wereld staat, maar ik hoor weinig woorden waar de wereld van op zou kunnen kijken, en ik voel me eigenlijk wel thuis in die wereld. Meer dan in zo’n door en door kerkelijke omgeving (het bargedeelte op donderdagavond maakt overigens wel het een en ander goed).

Veel vragen, ik geef het toe, en nog weinig antwoorden. Ik voel me soms een soort Prediker, over wie ik ergens het volgende las: ‘Voor Prediker dekken de gebruikelijke woorden de realiteit van zijn denken en ervaren niet meer. Hij voorvoelt het andere, hij doorziet de leegheid van zijn eigen taal en woordgebruik, maar hij heeft nog geen nieuwe taal om de heilige waarden van de traditie over te dragen in de nieuwe tijd die aanbreekt.’

Binnenkort verschijnt er een boek van mensen uit onze kring over ‘Liberale theologie’. Wie weet kan ik daarin zo’n nieuwe taal vinden.

Delen:

oktober 2015

Irma Pijpers, predikant van de Protestantse gemeente te Zutphen en bestuurslid van Op Goed Gerucht

Gelukszoekers

Irma Pijpers

Verwachtingsvolle ogen staarden mij aan, toen ik afgelopen zomer op zondag de kansel van onze Walburgiskerk betrad. Wanhoop, hoop en angst kan ik voelen, hoe groot de afstand ook was. Ik heb het natuurlijk niet over de gezichten van de kerkgangers, maar die van de vluchtelingen die op één van de foto’s die in de kerk tentoongesteld stonden. Gelukszoekers, zoals ze ook wel genoemd worden.

Afgelopen zomer mochten wij als Protestantse Gemeente Zutphen onderdak bieden aan World Press Photo. Achterin de kerk, onder de toren en in de achterste zijbeuken stonden de mooiste, maar ook meest schrijnende foto’s. Even kwam de harde wereld  onze kerk binnen. Te midden van de oorlogen in Oekraïne, Syrië en Irak, de inzittenden van MH17, terechtstellingen, soldaten, proefdieren en sportsuccessen vierden wij onze vieringen, richtten wij onze gebeden tot God en zongen we uitbundige liederen. Omdat de schilderijen een beetje achteraf stonden, kon je de foto’s niet echt bij de vieringen betrekken en zagen de kerkgangers er weinig van tijdens de viering. Maar ik kon, vanaf mijn plek voorin de kerk, de foto die een helicopter van een volgestouwd bootje had gemaakt, zeer goed zien.

Op dat moment drong de vluchtelingenpolitiek zich nog niet zo aan ons op als nu. Natuurlijk, we hoorden verhalen van schepen die vergingen op de Middellandse Zee. Van de honderden mensen die de overkant niet haalden. We hoorden van mensen die naar Kos gingen om te helpen. Daarnaast hoorden we van een gemeentelid dat naar een conferentie in het Italiaanse Trente ging, een schrijnend verhaal van treinen die hardhandig van vluchtelingen ontdaan werden. Hier en daar begonnen mensen wel te morren over dat het allemaal ‘gelukszoekers’ waren, die hier onze uitkeringen zouden opmaken, maar over het algemeen was ‘de grote massa’ nog niet echt bezig met de drama’s die zich op de Middellandse Zee afspeelden.

Inmiddels heeft de hele wereld kennis kunnen maken van Aylan Kurdi, het 3-jarige jongetje dat de grote stroom anonieme vluchtelingen in één klap een gezicht heeft gegeven. Zijn dood was het startsein voor Europa  om na te denken hoe om te gaan met deze mensen die zoeken naar een veilig heenkomen. Ze worden ontvangen, ook in Zutphen. Onze stad heeft namelijk besloten om naast de 850 plaatsen die het toekomstige AZC (niet te verwarren met de Zutphense Voetbalclub) midden 2016 zal huisvesten, nog eens tijdelijk opvang te bieden aan 400 vluchtelingen. Ze worden overigens met gemengde gevoelens ontvangen. Niet alle inwoners van onze mooie stad aan de IJssel staan te springen om hen in hun gemeenschap op te nemen. Net als op andere plekken in Nederland wordt ook hier door inwoners gesteld dat deze mensen ‘gelukszoekers’ zijn, op zoek naar een uitkering. En dat terwijl de stad al zo arm is.

Vanuit de kerken in Zutphen is een werkgroep die zich bezighoudt wat wij als kerk kunnen betekenen. Dat is nog een hele uitdaging. Onze vrijwilligers zijn er echter met hart en ziel mee bezig. Misschien wel omdat ze weten dat het merendeel van hen geen mensen zijn die hier hun hand ophouden en denken dat deze wel door ons gevuld wordt, maar juist vluchten omdat ze in hun eigen land niet veilig zijn. Die zeker weten dat ze in een stad waar oorlog heerst, hun huis verwoest is en hun leven bedreigd wordt geen geluk gaat geven. En omdat ze geloven dat iedereen geluk nodig heeft.

Gelukszoekers. Het is jammer dat het door de media zo’n negatieve ondertoon heeft gekregen. Want ik denk dat wij allemaal gelukszoekers zijn. Ik ben per slot van rekening ook niet hier in Zutphen komen wonen omdat ik er dacht ongelukkig te worden. Ook ik hoop op geluk. In mijn huis, met mijn geliefden, in mijn kerk en met mijn gemeente. En ik wens al die vluchtelingen die hier komen, ook alle geluk toe.  

Delen:

mei 2015

Anette Sprotte is predikante in de oecumenische geloofsgemeenschap ‘Het Brandpunt’ in Amersfoort en lid van de studiedagcommissie

Geen toekomst zonder herinneringen

Anette Sprotte

Terwijl we vandaag in Nederland onze doden herdenken en onze vrijheid vieren, ben ik net terug van een week fietsen langs de Oostzee in de voormalige DDR. De route is prachtig langs de uitgestrekte landschappen met aan de ene kant de kabbelende zilvergrijze zee en aan de andere kant gele velden vol bloeiend koolzaad. Het is tevens een route in het spoor van het verleden van mijn vader. Hij is geboren (1927) en opgegroeid als zoon van een molenaar in een dorp in Pommeren, het huidige Polen. Toen hij 17 jaar oud was, wilde hij graag naar Berlijn om aan de Technische Hogeschool te studeren maar daar is niets van terecht gekomen. Hij werd zoals vele Duitse jongens in 1944 klaargestoomd om als soldaat naar het Oostfront gestuurd te worden. Het was toen al duidelijk dat het een verloren zaak was. Mijn vader had mazzel dat  de officier van zijn eenheid het ook zo zag. Hij wilde deze jongens niet laten opofferen en trok met hen in plaats van naar het oostfront richting het eiland Usedom. Mijn vader heeft mij van jongs af aan duidelijk gemaakt dat 8 mei, de dag waarop Duistland het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenkt,  een dag van bevrijding was. Ook betekende  het voor hem en zijn familie het verlies van hun ‘Heimat’, zoals voor zeker 12 miljoenen mensen die  na de tweede wereldoorlog op de vlucht sloegen.

Vandaag lees in Trouw een stuk van Ilse Raaijmakers over de vraag of haar opa en andere Duitse slachtoffers ook mogen worden herdacht. Het ligt gevoelig in Nederland. Het National Comité 4/5 mei heeft met het oog op de toekomst opnieuw besloten dat we de slachtoffers gedenken en niet de daders. Terecht merkt Raaijmakers op dat dit onderscheid niet helder gemaakt kan worden. Ze pleit voor een herdenking van alle leed maar wel in een bepaalde rangorde. Daarin verwijst ze naar een toespraak van de voormalige bondspresident Richard von Weizäcker die op 8 mei 1985 zei dat ‘verzoening niet kan bestaan zonder herinnering’. Hij besteedde tijdens zijn toespraak aandacht aan alle soorten leed door Duisters aangedaan en ondergaan. Weizäcker begon als eerste de 6 miljoen joden te herdenken. Vervolgens alle volkeren die onder de oorlog hebben geleden (vooral de Russen en de Polen)  en als laatste de omgekomen Duisters en Duitsers die onder de oorlog hebben geleden. Vanavond zal ik in de lijn van dit artikel van Raaijmakers die ervoor pleit om Weizäckers toespraak als voorbeeld van herdenken te gebruiken, twee minuten stilte in acht nemen.

Met het oog op de toekomst en Bevrijdingsdag wijs ik graag op het interview van Colet van der Ven met de Belgische schrijver David van Reybrouck in Ikon huis van 3 mei 2015. Daarin vertelt hij dat de afgelopen eeuw in het teken stond van vrijheid en bevrijding uit politieke dictaturen en systemen die het individu gevangenhielden. Volgens van Reybrouck hebben we veel aan het ideaal van de vrijheid gewerkt maar hij mist het werken aan het ideaal van broeder- en zusterschap. Hij vindt dit de warmste waarde van de Franse revolutie en hij bespeurt bij zichzelf een groeiende behoefte aan mededogen en empathie. Als leidraad noemt hij het boek Compassie van Karen Armstrong uit 2011. Zelf heb ik dit boek met een aantal mensen uit mijn gemeente dit voorjaar opnieuw gelezen. Geen gemakkelijke opdracht om met en vanuit compassie te leven. Het vraagt om moed, kwetsbaarheid en keuzes zoals Karen Armstrong het zelf verwoordt:  “We hebben een natuurlijk vermogen voor zowel compassie als wreedheid. We kunnen de nadruk leggen op die aspecten in onze tradities – religieus of seculier – die spreken van haat, uitsluiting en achterdocht, óf we kunnen de aspecten ontwikkelen die de nadruk leggen op de onderlinge afhankelijkheid en de gelijkheid van alle mensen. De keus is aan ons” (p. 30).  

Delen:

april 2015

René van der Rijst is predikant van de Protestantse Gemeente te Haarlem-Noord en Spaarndam en lid van de studiedagcommissie

Wil de ware Jezus opstaan?

René van der Rijst

Het was een oude steen die Van der Kaaij in de kerkelijke vijver gooide. Of het Evangelie al dan niet als mythe gelezen moet worden, is al minstens sinds de 19e eeuw een punt van discussie. Toen ook al waren er theologen die meenden dat Jezus een creatie van Paulus was. Even goed bracht die oude steen ook dit keer weer een stevige schok te weeg, uiteindelijk ook bij Van der Kaaij zelf. Hij is voorlopig geschorst.

Volgens onze scriba Arjan Plaisier hing Jezus aan een echt kruis en droeg hij onze echte zonden - waarmee Plaisier in elk geval de redeneertrant van Van der Kaaij overneemt. Waar Van der Kaaij uit het mythische karakter van Evangelieteksten de conclusie trekt, dat Jezus niet heeft bestaan, daar concludeert Plaisier uit het historische karakter van het Evangelie, dat Jezus ook echt onze zonden droeg. Met andere woorden: de eerste concludeert uit de vele verhalen die er over hem in omloop zijn, dat Sinterklaas nooit heeft bestaan, de laatste trekt uit het historische bestaan van Sinterklaas de conclusie dat hij zelf pakjes rondbrengt. Beide schakelen van het ene register naar het andere, zonder te zien, blijkbaar, dat er geen verband is tussen die registers.

Ook Gijsbert v.d Brink leverde een interessante bijdrage. In De Waarheidsvriend hamerde hij nogal op historische bewijzen voor het bestaan van Jezus. Een argument dat als een boemerang op hem terug dreigt te slaan. Want als wetenschap gaat bepalen wat we mogen / moeten geloven, dan vrees ik de nodige tuchtmaatregelen tegen predikanten die tegen de historische waarschijnlijkheid in uitgaan van het bestaan van Adam en Eva.

Maar belangrijker nog: het zegt niets. De opstanding, bijvoorbeeld, gereduceerd tot feit is even onverschillig als de opstanding gereduceerd tot mythe. Het haalt de angel eruit, die behoort tot het wonder: dat het onverklaarbaar en onmogelijk is. Beide verklaringen doen me denken aan een opmerking van Kierkegaard, die ergens schrijft over een dominee die weer tevreden zijn pijpje kan roken, omdat hij een goede en ontroerende uitleg heeft gevonden voor een tekst - een tekst die volgens Kierkegaard een paradox en onnavolgbaar had moeten blijven. Een wonder kortom. (Voor een diepzinnige rehabilitatie van het wonder: Hent de Vries, Kleine filosofie van het wonder.)

Het blijft een lastige combinatie, geloven en weten. Als we alleen maar geloven, wat we weten, blijft er niet veel over. Maar zonder weten - reflectie, kritische rationaliteit - kunnen de meest bizarre of gevaarlijke dingen geloofd worden: Ufo's, een internationale Joodse samenzwering, noem maar op. Beide zullen elkaar op de een of andere manier in een, altijd wankel evenwicht moeten houden, zonder dat de een heerst over de ander. En als ik dan toch moet kiezen, dan kies ik, geloof ik, het liefst voor het ongelooflijke.

Ik ga straks weer Pasen vieren. Of ik het geloof, dat weet ik niet. Maar ieder jaar opnieuw heeft het me wel iets te zeggen - en vaak weer iets anders.

Delen:

maart 2015

Walter Meijles, lid van de studiedagcommissie, predikant in de Protestantse Gemeente Colmschate-Schalkhaar.

In vredesnaam! Waar zijn we mee bezig?!

Walter Meijles

Deze week hebben we de laatste hand gelegd aan het promotiemateriaal voor deze bijzondere avond van kerk, moskee en gemeente Deventer samen. In vredesnaam vormt de titel van de flyer waarmee we een volgende PINpoint bijeenkomst houden in enkele wijken in Deventer-Noordoost. 

Een PINpoint avond is een open avond voor alle inwoners van een deel van Colmschate Noord. We doen dit soort avonden in een school wijkgebouw of dat soort plekken. Voor deze keer gaan er weer 2.200 flyers de brievenbussen in. Groots aangepakt in een klein deel van Deventer. 

Nog voor de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs hadden we deze avond al gepland. Vanwege alle onrust die de dreiging van IS oproept. Met een PINpoint avond zoeken we namelijk een onderwerp dat relevant is voor mensen buiten de kerk. Alles wat uit de theologische hoek komt valt dan al af… We wijzigden het onderwerp van hulp bij scheiding naar dit onderwerp. Hoe toepasselijk: van hulp bij scheiding naar hulp om scheiding in de samenleving te voorkomen. Daar zijn wij mee bezig. In naam van de vrede.  

Niet voor niets was er op de laatste Geruchtdag een extra workshop, over hoe je preekte in de weken na alle commotie rondom Parijs. Inmiddels is Denemarken erbij gekomen. Het verbranden van de Jordaanse piloot. De massamoord op het strand in Libië. De spanning met Rusland. Het einde is niet in zicht. 

Mensen spreken me aan na de dienst en regelmatig geven aan hoe bezorgd ze zijn: ‘altijd kalm geweest, veel beleefd al maar nu voor het eerst ben ik er niet gerust op dat dit wel goed gaat komen’, aldus een nuchter gemeentelid van in de zestig. Ergens verbaasd mij de zwaarte van de bezorgdheid en onrust die bij mensen op is gekomen. Hebben we niet al de moord op Theo van Gogh meegemaakt dan, of de permanente bewaking van Geert Wilders? Al dat gepraat over de terugkeer van Syriëgangers en de risico’s ervan was toch geen loos gepraat? We wisten toch dat dit kon gaan gebeuren? 

Aan de andere kant komen er krachten los die juist vast willen houden. Islamitische mensen die letterlijk een beschermende kring vormden rondom een synagoge. Het kaartje met ‘sterkte met alle negativiteit’ die mensen bij hun buurvrouw met hoofddoek in de bus schoven. En dan wij als wijkteams met die avond van ons. We kregen van het moskeebestuur een hartelijke dank voor het feit dat we deze avond met hen op touw hebben gezet. Een avond met forum. Vertegenwoordigers van kerk, moskee en gemeente die persoonlijk spreken over hoe in vrede samen te leven. We laten het namelijk niet bij de getergde kreet, we leggen uit waar wij, in vredesnaam, mee bezig zijn. En sluiten af met teksten uit onze tradities over de weg van de vrede. 

Hoe simpel het idee. Hoe bevredigend is het hele proces nu al. Over twee weken is de avond. Geen idee wie er af gaan komen op een avond als deze. Geen idee wat het uiteindelijk op gaat leveren. Maar iedere daad van saamhorigheid is een zandzak die de aanzwellende stroom buiten de dijken houdt. Tot het water weer zakt en de duif weer een palmtak kan vinden om te nestelen.

Delen:

februari 2015

Sytze Ypma, Predikant van de Protestantse Gemeente te Scharnegoutum

De preek als derde sacrament van de PKN

Sytze Ypma

“Alles is sacrament, want ‘sacrament’ is niets anders dan een vorm waarin God en mens elkaar ontmoeten,” schrijft de monnik Benoît Standaert in Spiritualiteit als levenskunst. Deze ruime visie op het sacrament vormt de kapstok waaraan ik dadelijk de rest van mijn blog ophang.

Eerst dit. Op locatie Beukbergen in Huis ter Heide stond de Geruchtdag van 30 januari jl. in het teken van de preek. Tevoren was ik benieuwd, of er ook over de preek als sacrament gesproken zou worden. Ik hoopte stiekem, dat de dag daarop zou uitmonden. Ik zou er dan graag een pleidooi voor willen voeren. Griep echter gooide roet in dit voornemen. Ik lag op bed in plaats van onder het gehoor te zitten van onze kersverse dr René van der Rijst en het geheim van het verhaal door Geert Kimpen ontfutseld te horen worden.

Lijdend aan koorts vroeg ik mij af, of je ook ergens kunt zijn waar je niet bent. U merkt, ik was aan de beterende hand. Want natuurlijk kun je ergens zijn waar je niet bent. Bijvoorbeeld in gedachten. De beperking van ergens in gedachten bij zijn bleek echter al snel, want of het op de jongste Geruchtdag over de preek als sacrament ging, bleef gissen. Hoe het ook zij, ik neem hier de gelegenheid te baat om daar een lans voor te breken. Wat mij betreft wordt de preek het derde sacrament in onze Protestantse eredienst. Denk je eens in: iedere week een sacramentele rite die preek heet. De preek als een sacrament beschouwen is eigenlijk een bekrachtigen van iets wat het al is. De preek is al een sacrament, zonder dat we het als zodanig waarderen. De preek is immers bij uitstek ‘een vorm waarin God en mens elkaar ontmoeten’. Als het dat niet is, is het geen preek. Door de preek nog eens officieel per synodaal besluit als een sacrament te waarderen, zou het preken de status krijgen die het ‘verdient’. En dat geeft kerkordelijke bedding voor de spirituele diepte die een preek dient te hebben.

De preek als sacrament is een vorm (rite) waarin op creatieve wijze – dat is de taak van de predikant - een verbinding aan het licht komt tussen de Bijbeltekst, God en ons leven. Daarbij ga ik er vanuit, dat in die heilige tekst ‘iets’ van God bewaard ligt. De centrale vraag achter het barensproces van de preek is deze: “Wat wil God ons door deze heilige, liturgische teksten zeggen?” En de kunst van het exegetiseren, bidden en mediteren is de tegenwoordigheid van God in de preek aan het licht te laten komen. Dit schrijvend schiet mij te binnen, dat de eerste stelling bij het proefschrift van Frits de Lange ooit luidde: “Preken is troosten.” De troost van het preken zit hem dus in het ‘zien’ schijnen van dat licht. Als dat in een preek gebeurt, doet het zijn werkt als sacrament. Het geluk van ons predikantenwerk is, dat we dat mysterie een dienst mogen bewijzen. 

Delen:

januari 2015

Henri Frölich, secretaris van Op Goed Gerucht en predikant voor de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in Noord-Holland

Goede voornemens

Henri Frölich

Het eerste goede voornemen voor het nieuwe jaar is nu al weer gesneuveld. Het besef dringt langzaam tot me door als ik zondagavond  4 januari nog aan het werk moet om deze column te schrijven. Ik had me nog zo voorgenomen een realistische planning te maken voor het werk wat nog ligt te wachten en ruim voor welke deadline dan ook klaar te zijn. En het laatste wat ik wilde was op onmogelijke tijden nog aan het werk te moeten omdat de tijd daarvoor me als zand door de vingers is geglipt. De uitspraak ‘lekker begin van het jaar meneer Frölich!’ schiet als een licht verwijtende gedachte door mijn hoofd. Op de achtergrond heb ik via spotify maar muziek gezocht in het genre deep focus. Rustige en gedragen klassieke muziek klinkt uit de speakers van mijn computer om zo wat concentratie op te wekken voor het schrijven van een zinnig stukje voor de site van Op Goed Gerucht. Goede voornemens voor het nieuwe jaar. Sommigen hebben een waslijst aan goede voornemens en doen alle mogelijke moeite om ze uit te voeren. Anderen hebben het hebben van goede voornemens al lang geleden afgezworen omdat ze uit eigen ervaring weten hoe snel de goede voornemens weer met de noorderzon vertrokken zijn als na de feestdagen de normale gang van zaken weer zijn spoor trekt en de dagen en  weken weer voorbij vliegen.

Het doen van goede voornemens en elkaar het beste wensen voor het nieuwe jaar, het hoort erbij zo aan het begin van januari. En natuurlijk doen we ons best en zijn die woorden naar elkaar echt gemeend. Maar het gaat lang niet altijd goed, soms gebeuren er dingen in een jaar waardoor je absoluut niet kunt spreken van een goed jaar. 

Een mooi relativerend stukje hierover las ik op de site van mijnkerk.nl. Iemand waarvan het jaar ook begon met de beste wensen maar die beste wensen waren helaas niet uitgekomen. Vandaar dat de schrijfster verzuchtte zich maar vast te houden aan een tekst uit klaagliederen: Elke morgen schenkt Hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw!’ (Klaagliederen 3:23). Volgens haar de bijbelse variant van ‘nieuwe dag, nieuwe kansen’. Je kunt iedere dag weer opnieuw beginnen. Als er eens een dag tegenzit of de voornemens voor een nieuw jaar verdampen als sneeuw voor de zon, dan mogen we het morgen gewoon weer opnieuw proberen.

Het deed mij denken aan een andere bekende bijbeltekst uit het evangelie van Mattheüs: En wel Mattheüs 6 vers 34 waarin staat: maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last. Wat mij betreft een mooi motto om het nieuwe jaar mee in te gaan. Niet om zo maar wat te doen en alle goede voornemens te laten varen, dat niet want een vers ervoor staat namelijk: zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Dus niet: laat alles maar waaien, maar wel de goede dingen proberen te doen maar dan wel met de kramp er af! Dat is voor mij een geruststellende gedachte en een mooi nieuw begin om aan vast te houden in het nieuwe jaar. En hiermee is in ieder geval weer één taak volbracht. De column is af!

Delen: